Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen heeft in mei 2016 Jong CBG opgericht. Jong CBG bestaat uit 14 enthousiaste jonge wetenschappers. Allemaal willen ze naast hun eigen werkgebied nog meer betekenen in de wereld van de geneesmiddelenbeoordeling- en bewaking. Ze zien zichzelf als de link tussen de klinische praktijk en het CBG.

"We willen een klankbordgroep zijn, zorgen voor de frisse blik vanuit de praktijk. Aangezien we allemaal met onze voeten in de klei staan denken we die rol uitstekend te kunnen vervullen.

Daarnaast willen we mensen vroeg in hun carrière kennis laten maken met het CBG. Dit maakt het voor de toekomst wellicht makkelijker mensen te vinden voor het College of voor de werkgroepen van het CBG of de EMA," vertelt de voorzitter van Jong CBG, Thijs Giezen. Hij is vanaf het prille begin betrokken bij de vorming van Jong CBG. Giezen kende het CBG al, hij heeft er als beoordelaar gewerkt. Inmiddels is hij ziekenhuisapotheker.

Jong CBG geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het College. Maar neemt geen besluiten. "Het is niet zo dat we even gaan vertellen hoe het moet; de Collegeleden hebben jarenlange ervaring. Maar als je langer bezig bent met een onderwerp of soort werk, dan ga je aan dingen wennen. Je moet je blijven verwonderen en verbeteren," aldus Jorie Versmissen. Ze kreeg de vacaturetekst voor Jong CBG van collega’s omdat ze tijdens haar opleiding al erg actief was. "Ik dacht meteen: dat is wel wat voor mij." Sinds mei 2016 is ze internist-klinisch farmacoloog en -vasculair geneeskundige.

Jorie Versmissen
Jorie Versmissen

Gedreven

De leden van Jong CBG worden voor 3 jaar aangesteld door het College. Het streven was om 10 mensen te vinden. De oproep voor Jong CBG kreeg zoveel en goede respons, dat er nu 14 leden zijn. De leeftijd varieert van 27 tot 39 jaar. De meeste leden zijn nog in opleiding tot specialist of zijn aan het promoveren of net gespecialiseerd. Jong CBG heeft een grote variëteit in expertise. Het bestaat uit artsen, met als specialisme variërend van psychiater of huisarts tot thoraxchirurg of dermatoloog, ziekenhuisapothekers en een biomedisch wetenschapper.

Een aantal leden heeft een tweede studie gedaan of een tweede expertisegebied zoals rechten, epidemiologie of communicatie. Allemaal gedreven mensen die wat extra willen doen en bereid zijn om ook ’s avonds en in het weekeinde te werken. "Ja, we zijn druk, maar dat is niet erg. Deelname aan Jong CBG zorgt voor verdieping en dat maakt het leuk," vertelt Giezen. Versmissen beaamt dat: "Je leert er heel veel. Juist via een officiële instantie als het Jong CBG kan je iets bereiken. Iedereen is enthousiast en wil wat betekenen. Ik probeer mijn ervaringen met het CBG uit te dragen bij collega’s en gebruik het ook bij de voorlichting van mijn patiënten. En ik kan het College meegeven hoe er in de praktijk tegen bepaalde zaken aan wordt gekeken."

Tot vorig jaar had ze eigenlijk geen beeld van het CBG, in haar opleiding is ze het CBG weinig tegengekomen. "Ik heb nu een Collegevergadering meegemaakt en dat is indrukwekkend. Je krijgt per medicijn zo veel informatie. Vaak enorme dossiers, waar je de gevoeligheden uit moet halen. Pas dan besef je hoeveel er bij geneesmiddelenbeoordeling- en bewaking komt kijken, daar heb ik echt respect voor."

"Wij willen doordringen in de poriën van de klinische praktijk."

Thijs Giezen
Thijs Giezen

Bijdrage

De insteek van de jonge wetenschappers is, om naast het bijwonen van Collegevergaderingen, over een aantal onderwerpen verder te discussiëren. In hun bijeenkomsten hebben ze het al gehad over risk minimisation, risk communication en off-label gebruik, het voorschrijven van medicijnen voor een indicatie, leeftijdsgroep of toepassing waar het middel niet voor is geregistreerd. "We zijn vrij in het bespreken van onderwerpen. Zo is het off-label gebruik bij het CBG nog wel een onderwerp dat best lastig is; want het CBG gaat vooral over het label. Maar in mijn werk als ziekenhuisapotheker heb ik daar wel mee te maken," aldus Giezen.

De leden van Jong CBG kunnen op ad hoc basis als expert gevraagd worden bij wetenschappelijk advies of een guideline. Adviseren kan ook ongevraagd. Daar heeft Jorie Versmissen ervaring mee, meteen bij haar eerste Collegevergadering: "Toevallig kwam er een onderwerp voorbij op gebied van vasculaire geneeskunde dat in mijn straatje paste. Daar kon ik meteen een bijdrage aan leveren."

Praktijk

Input geven vanuit de praktijk. Dat is waar Jong CBG zich sterk voor maakt. Bijvoorbeeld bij de risicocommunicatie over geneesmiddelen van het CBG aan artsen, de DHPC. Giezen: "Dit communicatiemateriaal komt nu niet goed aan of de boodschap komt niet over. Daarover overleggen we binnenkort verder met de deskundigen van het CBG. Het CBG heeft over risicocommunicatie al veel projecten lopen en praat met diverse organisaties, maar toch lijkt het alsof het op bestuurlijk niveau blijft hangen. Wij willen doordringen in de poriën van de klinische praktijk, daar heeft CBG behoefte aan en dat willen we met Jong CBG bieden."

Daarnaast wil Jong CBG meer bekendheid geven over het werk van het CBG. Versmissen noemt als voorbeeld de discussie over vaccinaties. "Er zijn mensen die de indruk hebben dat ze zelf moeten bedenken of vaccins wel veilig zijn, maar daar heeft het CBG al heel serieus naar gekeken. Het is belangrijk dat mensen weten dat alle geneesmiddelen en vaccins beoordeeld worden. Daar hopen we een bijdrage aan te leveren."